Onze uitgangspunten
Wij gaan ervan uit dat de school een fijne plek moet zijn waar de kinderen zich veilig, aanvaard en competent voelen. Kortom een plaats waar het goed voor hen voelt, en waar ze met plezier naar toe gaan. We vinden het belangrijk dat kinderen leren om te helpen en geholpen te worden door andere kinderen. Daarom hebben we heterogene stamgroepen gevormd. Binnen de stamgroepen bevinden zich steeds twee jaargroepen. Kinderen werken in tafelgroepen, aan deze tafelgroepen zitten kinderen van de verschillende jaargroepen.
Na elke vakantie worden tafelgroepen gewisseld, op deze manier willen we bereiken dat kinderen leren respectvol om te gaan met alle groepsgenoten.
De uitgangspunten van het Jenaplanonderwijs zijn opgesteld door Peter Petersen. Hij omschreef de zogenaamde basisprincipes. De eerste 5 basisprincipes gaan over hoe wij tegen mensen (kinderen) aankijken. De volgende 5 basisprincipes gaan over de samenleving. De laatste 10 basisprincipes gaan over de school en vertellen hoe de school de eerste 10 basisprincipes vorm geeft. Deze basisprincipes liggen voor u op school ter inzage. Een van de meest bekende en belangrijkste principes is dat ieder kind uniek is. En zo kijken wij ook tegen de kinderen aan. Ieder kind heeft zijn eigen kwaliteiten, zijn eigen waarden, zijn eigen mogelijkheden. Om tegemoet te komen aan het unieke van elk kind zijn er vier vormen die elkaar ritmisch aflossen, dit noemen wij het ritmische weekplan:
de kring, het werk, het spel en de viering.
De kring:
Vrijwel elke ochtend starten de stamgroepen in de kring. In de kring kunnen de kinderen in gesprek komen met elkaar of praten over een bepaald onderwerp.
Kinderen leren zo naar elkaar te luisteren,op hun beurt te wachten, zich te presenteren en uitdrukking te geven aan het denken en het gevoel.
De stamgroepsleider en de groep krijgen informatie over wat de kinderen bezig houdt of wat ze beleefd hebben. Zodoende leren zij over de belevingswereld van elkaar.
Er zijn verschillende soorten kringgesprekken zoals:
Een kringgesprek waarbij de kinderen hun belevenissen kunnen vertellen
Een kringgesprek waar gesproken wordt rond een thema
Een kringgesprek rond een krantenbericht of een schooltelevisie-uitzending (actualiteitenkring)
Een leeskring, gedichtenkring of spreekbeurt.
Het werk:
Het werk binnen een Jenaplanschool kent verschillende momenten, zoals instructie, het werk in een niveaugroep en het blokuur.
Voordat de kinderen kunnen beginnen aan de verwerking van een opdracht, zullen ze eerst uitleg moeten krijgen. Deze uitleg noemen wij instructie. Terwijl de stamgroepsleider instructie geeft aan een groep kinderen is de rest van de groep zelfstandig aan het werk. Daarna krijgt een andere groep instructie. Na de groepsinstructie is er ruimte voor de verlengde instructie. De stamgroepsleider zal kinderen individueel of in een kleine groep extra instructie geven. Dit geldt voor leerlingen die aan na de groepsinstructie niet zelfstandig aan het werk kunnen.
Als de stamgroepsleider instructie geeft worden zelfstandig werktekens op het bord gehangen. De kinderen kunnen daaraan zien of zij volledig zelfstandig moeten werken of dat zij elkaar, binnen de tafelgroep, mogen ondersteunen. Doordat de tafelgroepen zo ingericht zijn dat er jongsten en oudsten (combinatiegroepen) bij elkaar zitten, leren leerlingen te helpen en geholpen te worden.
Binnen een stamgroep werken we met verschillende instructie- of niveaugroepen. Het is mogelijk om binnen de stamgroep op en individueel niveau te werken. Ook is het mogelijk om jaargroep doorbrekend onderwijs te volgen.
De verwerking van de instructie mogen de kinderen zelf inplannen. Ze mogen de instructie direct verwerken, terwijl de leerkracht instructie geeft aan andere kinderen of in het blokuur. De leerlingen plannen aan het begin van de week de verwerking van de instructie op hun dag- of weektaak in.
Aan het begin van de week krijgen de kinderen uit groep 3 t/m 8 hun weektaak (of incidenteel een dagtaak).
Op de weektaak staan de taken die ze de komende week moeten maken. Naast de verplichte taken staan er ook keuzetaken op hun weektaak. Kinderen mogen een keuzetaak kiezen als de verplichte taken verwerkt zijn.
Over veel taken krijgen de kinderen instructie, sommige taken kunnen ze zelfstandig verwerken. De stamgroepsleider bepaalt of instructie gevolgd moet worden.
Dagelijks kijkt de leerkracht het gemaakte werk van de kinderen na en geeft eventueel verbeterwerk retour. Er wordt altijd gekeken naar de individuele mogelijkheden van het kind, en daar wordt op ingespeeld.
Aan het eind van de week neemt de stamgroepsleider de weektaak met de kinderen door. De resultaten van de afgelopen week neemt de stamgroepsleider mee bij het samenstellen van de nieuwe weektaak.
Voor kinderen die moeite hebben met het overzicht van een hele week werken we met
.jpg)
dagtaken. Daar staat per dag aangegeven wat van de kinderen verwacht wordt.
De stamgroepsleiders helpen de kinderen met het plannen van de activiteiten en zien erop toe dat de opdrachten aan het eind van de week
af zijn. Om kinderen in de onderbouw voor te bereid-
en op het werken met een weektaak en het zelfstandig werken werkt de onderbouw met het takenbord. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het samenwerken en het werken met uitgestelde aandacht. Op het takenbord staan taken (opdrachten) die de kinderen tijdens het blokuur makenDe opdrachten zijn gekoppeld aan het thema waarover wij werken. Kinderen werken in de onderbouw ook aan tafelgroep (nog geen vaste plekken) en leren zelfstandig te werken doordat een zelfstandig werk teken geïntroduceerd wordt.De opdrachten zijn gekoppeld aan het thema waarover wij werken. Kinderen werken in de onderbouw ook aan tafelgroep (nog geen vaste plekken) en leren zelfstandig te werken doordat een zelfstandig werk teken geïntroduceerd wordt.
Het spel:
Kinderen hebben een grote drang tot bewegen en in het spel wordt hieraan tegemoet gekomen. Door te spelen ontwikkelt de motoriek en leren kinderen zich te bewegen in de ruimte om he
.jpg)
n heen. Tijdens het spel kunnen kinderen gevoelens en fantasieën verwerken. Het spel geeft ontspanning en vooral daarom heeft het een nadrukkelijke functie binnen onze school. De verschillende spelvormen zijn: gymnastiek, vrij spel, fantasie- en verbeeldingsspelen (drama, toneel, poppenkast en speelhoeken), gezelschapsspelen en spelen op de computer.
Door het spel leren kinderen zich uiten en zich in anderen te verplaatsen. Vele vormen van spel zijn nauw verbonden met onze vieringen.
De viering:
De viering is een belangrijk onderdeel op onze school. Een viering kan feestelijk van aard zijn, maar ook heel plechtig, of droevig. Bij een viering beleven kinderen samen een bepaalde geb
.JPG)
eurtenis, zoals een verjaardag, het overlijden van iemand, het begin van het nieuwe jaar, allerlei feesten zoals Sint Maarten, Sinterklaas, Kerstmis, Carnaval, Pasen enz., een project, of gewoon het einde van een week.
Een weeksluiting wordt soms ook wel "viering" genoemd, maar is in feite slechts een voorbeeld van een van de mogelijke vieringen. Een weeksluiting is geen professionele vertoning of opvoering, maar een expressievorm waaraan alle kinderen ongeacht zijn mogelijkheden, mee kan doen. De activiteiten in een viering hebben vaak een creatief karakter. Beeldende, muzikale, dramatische, dans en bewegingsmiddelen spelen daarbij een grote rol. De deelname door alle kinderen wordt zoveel mogelijk gestimuleerd. Doel van vieringen is voornamelijk ervaren dat we een school zijn, dat we betrokken zijn bij alle kinderen, daarnaast is het durven / kunnen presenteren op een podium een belangrijk doel. Elke maandagmorgen wordt de week geopend in het bijzijn van alle kinderen. De weekopening wordt verzorgd door een van de stamgroepsleiders.