De eerste kennismaking met de school
Er zijn verschillende manieren om met de school kennis te maken. Dat kan door informatie aan te vragen, middels een persoonlijk gesprek, het bezoeken van de school op onze “open dag” of via verhalen van anderen. Wij geven graag antwoord op al uw vragen en laten u met plezier de school zien. Zo krijgt u een beeld hoe de school eruit ziet als de kinderen aan het werk zijn. Mochten onze visie en werkwijze u aanspreken dan kunt u overgaan tot inschrijving van uw kind. Hiervoor vult u een formulier in waar allerlei gegevens van uw kind/gezinssituatie gevraagd worden. In principe komen broertjes/zusjes niet bij elkaar in dezelfde groep. Wij maken deze keuze om de kinderen zoveel mogelijk de gelegenheid te geven om hun eigen identiteit te kunnen ontwikkelen. De kinderen worden geplaatst in een heterogene groep. Dit is een groep van verschillende leeftijden bij elkaar b.v. 4-, 5- en 6-jarigen.

Leerlingenzorg:
Op de Kleine Prins willen wij ieder kind zoveel mogelijk kansen bieden, maar het onderwijsleerproces verloopt niet voor ieder kind hetzelfde. Ieder kind heeft zijn eigen onderwijsbehoefte.
Zo leert het ene kind redelijk zelfstandig op het groepsniveau, terwijl een ander kind extra begeleiding nodig heeft. We geven individuele instructie aan leerlingen die dit nodig hebben. Ook is het mogelijk om binnen een jaargroep op een eigen leerlijn te ontwikkelen. Kinderen met een eigen leerlijn hebben deze behoefte omdat ze een ontwikkelingvoorsprong of een achterstand hebben. Voor deze kinderen wordt een individueel begeleidingsplan opgesteld, in dit plan worden streefdoelen opgenomen. Het spreekt voor zich dat ouders hiervan altijd op de hoogte zijn. Van alle kinderen houden we het leerproces nauwlettend in de gaten. Tijdens dit proces verzamelen wij een aantal gegevens.
U kunt hierbij denken aan:
Observaties: hoe doet/denkt en speelt een kind en hoe is de verwerking?
Toetsen: na een afgerond leerstofonderdeel nemen wij een toets af om te zien of de leerlingen de stof hebben begrepen. Dit kunnen toetsen zijn die bij onze methodes horen of juist onafhankelijke toetsen (landelijk genormeerde toetsen).
Rapportagegegevens: voor groep 3 t/m 7 schrijven wij twee keer een woordrapport per jaar en voor groep 8 één keer per jaar een woordrapport. In deze rapportages beschrijven wij de vorderingen van de leerlingen. Groep 2 krijgt aan het einde van de onderbouwtijd een woordrapport mee. Al deze gegevens, individuele- en groepsoverzichten worden bewaard in het leerlingvolgsysteem. Zo houden wij nauwlettend in de gaten of uw kind zich naar wens ontwikkelt. Natuurlijk gaan wij zo zorgvuldig mogelijk om met deze informatie. Zonder uw toestemming wordt er geen informatie verstrekt aan derden.

Gespreksmogelijkheden bij ons op school:
Wij willen u graag op de hoogte houden van de ontwikkeling van uw kind door:

Inloopavonden
Op deze avond kunt u met de stamgroepsleider praten over uw kind. Er zijn twee inloopavonden per jaar. De stamgroepsleider kan met u een afspraak maken of u met de stamgroepsleider.

Rapportageavonden
De kinderen krijgen twee keer per jaar en rapport mee naar huis. In dit rapport vindt u een briefje waarop staat wanneer en hoe laat u op school wordt verwacht om over de vorderingen van uw kind te komen praten. Bij de indeling houden wij rekening met broertjes/zusjes. De laatste rapportageavond voor groep 3 t/m 7 vindt op uw of ons verzoek plaats.

Huisbezoek
De stamgroepsleiders van de onderbouw gaan één keer per kleuterperiode op huisbezoek. Zij zien het kind in de thuissituatie en kunnen de kinderen vaak meer betrekken bij b.v. kringgesprekken; als zij immers weten dat er thuis b.v. dieren zijn, kunnen zij een kind stimuleren om daar iets over te vertellen.
 
Persoonlijk gesprek
Natuurlijk kunt u altijd tussendoor met de stamgroepsleiders of de directie een afspraak maken als u daar behoefte aan heeft.
Wij stellen het op prijs als u de zorg voor uw kind zo goed mogelijk met ons wilt bespreken zodat wij het kind goed kunnen begeleiden. Met de directie kunt u ook altijd een afspraak maken als u met hen van gedachten wilt wisselen over zaken die u bezighouden.

De interne begeleiding:
De interne begeleider is verantwoordelijk voor de leerlingenzorg, na- en bijscholing van het team, gestalte geven aan de onderwijsvisie en het uitzetten van lijnen met betrekking tot de pedagogische en didactische aanpak binnen de school.
De intern begeleider heeft een eigen positie en taak op het terrein van de zorgverbreding tussen kinderen, leerkrachten, directie en ouders. Alle leerkrachten bespreken de leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in de zogenaamde “groepsbesprekingen”, deze vinden een aantal maal per jaar plaats. De IB-er overlegt met de directie en denkt mee over het zorgbeleid. Tevens voert de IB-er gesprekken met kinderen en ouders. De IB-er wordt in haar taak bijgestaan door het zorgteam. Het zorgteam bestaat uit de directie, de remedial teachers en de IB-er. Zorgverbreding is één van de belangrijkste uitdagingen voor de school.

De zorg voor leerlingen met leer -en/of gedragsproblemen:
De zorg voor kinderen met speciale behoeften wordt op de Kleine Prins ingedeeld in een aantal stappen:
Zorgniveau 1:
Algemene reguliere en preventieve zorg in de groep.
Hierin zitten alle leerlingen die de leerdoelen kunnen behalen die behorend tot de verschillende jaargroepen, zowel op cognitief als op sociaal emotioneel gebied. Dit is de gewone begeleiding van de leerkracht. (Observaties en aantal toetsmomenten per jaar)

Zorgniveau 2:
Signalering en analyse.
In zorgniveau 2 zitten alle kinderen met een vertraagde of versnelde ontwikkeling op een of meer gebieden. Dit betreft onder andere de leerlingen met uitval op de methode en niet-methode gebonden toetsen, waarbij gekeken wordt naar de ontwikkelingslijn (eerdere toetsmomenten). Uitval op de methodetoetsen wil zeggen een matig of een onvoldoende, uitval op niet methodegebonden toetsen wil zeggen een D of een E score.

Zorgniveau 3:
Analyseren en diagnosticeren.
In zorgniveau 3 zitten alle leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte.
Voor deze leerlingen heeft de begeleiding volgens afspraken binnen zorgniveau 2 niet de beoogde resultaten gehad.
Er wordt door de leerkracht extra hulp gezocht op schoolniveau (interne begeleiding).

Zorgniveau 4:
Diagnosticeren door externen.
In zorgniveau 4 zitten alle kinderen, die zorgniveau 2 en 3 doorlopen hebben en waarbij de school tegen haar grenzen aanloopt qua aanpak en qua begeleiding. De geboden hulp is niet voldoende gebleken en de school is handelingsverlegen. Vanuit het zorgteam wordt de hulpvraag voor ondersteuning door externen erkend.
De school gaat extern op zoek naar handelingsadviezen om zodoende aan de specifieke onderwijsbehoefte van het kind tegemoet te kunnen komen.
Afhankelijk van de zorgvraag wordt er een observatie/onderzoek aangevraagd bij externen

Weer Samen Naar School (WSNS)
In het kader van Weer Samen Naar School participeren de Koning David School en de Kleine Prins in het Confessioneel WSNS-verband voor Arnhem en omgeving. De doelstelling hierbij is meer kinderen met (complexe) problemen op te vangen in het basisonderwijs. Om dit te kunnen realiseren wordt de school ondersteund door deskundigen van de schoolbegeleidingsdiensten, de jeugdgezondheidszorg en de speciale scholen voor basisonderwijs in Arnhem-Noord. Binnen het samenwerkingsverband is de deskundigheid van de speciale scholen voor basisonderwijs samengebracht in het zorgplatform.
De school kan voor nader onderzoek en begeleiding gebruik maken van de hulpverlener van de schoolbegeleidingsdienst en de contactpersoon van het zorgplatform.
Tijdens de consultaties worden de kinderen besproken met de begeleiders en de leerkrachten.
Samen wordt overlegd wat er verder nog op school gedaan kan worden. Ook kan besloten worden om het kind aan te melden bij het zorgplatform voor nader advies/onderzoek. De interne begeleider meldt het kind aan bij het zorgplatform. De ouders moeten schriftelijk toestemming geven, en worden altijd op de hoogte gebracht van de genomen stappen. De hulpverlening vanuit het zorgplatform is in eerste instantie gericht op ondersteuning in het basisonderwijs.

Soms is het mogelijk dat alle acties en maatregelen op de basisschool niet toereikend zijn om een leerling verantwoord op te (blijven) vangen. Overleg tussen de school, het zorgplatform en de ouders kan tot de conclusie leiden, dat het kind gebaat is bij opvang in een speciale school voor basisonderwijs.
De toelating tot deze school, loopt via de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL).

Die PCL heeft als taak om op verzoek van de ouders te bepalen of plaatsing op een speciale school voor basisonderwijs noodzakelijk is. Met andere woorden de PCL beoordeelt of een leerling toelaatbaar is. Aanmeldingsformulieren voor deze commissie zijn op school aanwezig.

De ouders zijn in zoverre vrij in hun keuze voor speciaal basis onderwijs, dat voor toelating op een speciale school voor basisonderwijs buiten ons samenwerkingsverband, het kind opnieuw moet worden aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg van het samenwerkingsverband van de betreffende school.

Verlengen of versnellen:
Het kan zijn dat uw kind een extra schooljaar nodig heeft oftewel een verlengd jaar. Soms is dit in de onderbouw, maar het kan ook in de midden- of bovenbouw zijn. Vroeger noemde men dit zittenblijven. Tegenwoordig hebben we het over een verlengd schooljaar, omdat het niet voor alle kinderen nodig is om alle vakken van dat schooljaar over te doen. Het kan gebeuren dat sommige kinderen negen jaar doen over de basisschool in plaats van acht. Er zijn ook kinderen die zich zo hard ontwikkelen dat zij als het ware een jaar inlopen. Zij slaan eigenlijk een jaar over. Deze kinderen vallen allemaal onder de zorgleerlingen omdat zij met een apart programma werken.

De toetsen:
Gedurende een schooljaar worden alle kinderen op diverse momenten getoetst. Wij kijken dan in hoeverre ze de aangeboden leerstof beheersen.

Observatielijst
In de onderbouw observeren de stamgroepsleiders op vele gebieden de ontwikkeling van uw kind. Hierbij maken wij gebruik van het “Ontwikkelingsvolgmodel” (OVM).
Op het eind van de kleuterperiode schrijven de stamgroepsleidsters een woordrapport over de ontwikkeling van uw kind gedurende de kleuterperiode en de aansluiting naar groep 3.
Daarnaast worden de kinderen van groep 1/2 op vaste dyslexieprotocol meetmomenten gescreend op uitval op het aanvankelijk leesgebied. Vanaf schooljaar 2011 - 2012 zullen de leerlingen van groep 2 in januari getoetst worden op taal- en rekengebied (Cito). Deze toetsen worden digitaal en adaptief afgenomen, hierdoor zullen de kinderen niet de eventuele druk van het toetsen ervaren.
Leestoets
Twee keer per jaar worden er signalerende leestoetsen afgenomen bij de kinderen van groep 3 t/m 8. Als uit deze signalering blijkt het leesniveau onvoldoende is, dan worden er diagnostische toetsen afgenomen. En er wordt een handelingsplan of groepsplan opgesteld.
Daarnaast worden de kinderen op vaste dyslexieprotocol meetmomenten gescreend op uitval op het leesgebied en spellingsgebied.
Dictee-toets
Meerdere keren per jaar wordt bij alle kinderen van groep 3 t/m 8 een dictee afgenomen. In dit dictee zitten alle regels en moeilijke woorden die het kind in die groep zou moeten kennen. Deze toetsen zijn niet gebonden aan onze methode. Bij de methode hoort elke 2 weken een dictee toets.
Tempo-toets
Voor rekenen nemen wij een tempotoets rekenen (TTR92) af. Binnen een bepaalde tijd moet het kind sommen maken. Er wordt gekeken naar verschillende onderdelen zoals optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen. Dit gebeurt twee keer per jaar in groep 3 t/m 8. Daarnaast heeft onze rekenmethode ook toetsen, die regelmatig onderzoeken hoe uw kind ervoor staat.
CITO-toetsen
Voor het technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en rekenen nemen we de CITO-toetsen af.
CITO-entreetoets
In groep 7 nemen wij de CITO-entreetoets af.
Met deze toets kunnen leerkrachten de basisvaardigheden van hun leerlingen aan het einde van groep 7 meten. De toets geeft inzicht in het niveau van ieder kind. Daarnaast kunnen de resultaten van verschillende scholen onderling vergeleken worden. Kortom, voordat de kinderen in groep 8 belanden, is bekend aan welke leerstofonderdelen extra aandacht moet worden besteed.
CITO-eindtoets
De CITO-eindtoets wordt afgenomen in februari voor alle leerlingen van groep 8. Deze toets is een schoolvorderingentoets voor leerlingen aan het eind van groep 8. De toets biedt informatie over de prestaties van zowel de leerlingen als de school.
De toets is géén examen. Leerlingen kunnen er niet voor slagen of zakken. De toets is bedoeld om het schoolsucces van de leerlingen in het voortgezet onderwijs te voorspellen.

De overgang naar het voortgezet onderwijs/resultaten:
Een goede overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs erg belangrijk is.
De specifieke voorbereiding op het voortgezet onderwijs gebeurt in groep 8. De leerlingen krijgen informatie over de verschillende mogelijkheden en voor de ouders is er een algemene informatiebijeenkomst. De schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs is afhankelijk van het advies van de school en de uitslagen van de CITO eindtoets.
De CITO-uitslag van een individuele leerling is niet bepalend voor het schooladvies. Het schooladvies wordt door de leerkracht (en) van groep 8 vastgesteld. Dit advies wordt gebaseerd op de jarenlange ervaring van de school met de leerling, de rapportages in het leerlingvolgsysteem en de observaties van de leerkrachten. Daarbij zijn niet alleen de leerprestaties belangrijk, maar ook gegevens over de belangstelling van het kind, de zin in studeren, de wil om zich ergens voor in te zetten en de behoefte aan hobby's en vrije tijd. Dit staat niet in verhouding tot de CITO-toets wat een momentopname is. In de meeste gevallen komt het schooladvies overeen met de uitslag van de CITO-eindtoets. Als de score niet overeenkomt met het schooladvies, moet toch de meeste waarde worden toegekend aan het schooladvies. Dit advies bespreken de groepsleerkrachten met de kinderen en de ouders. Hierin wordt besproken welke school uw kind in gedachte heeft, uw wens en ons advies.
Voor het daadwerkelijk kiezen van een school en voor de inschrijving op de gekozen school voor voortgezet onderwijs moeten de ouders zelf zorgen.
De toelatingscommissie van de school voor voortgezet onderwijs beslist op basis van toetsuitslag en schooladvies van de basisschool of een kind uiteindelijk definitief als leerling zal worden toegelaten.

In de laatste maanden van het basisonderwijs brengen de leerlingen uit groep 8 ook een aantal bezoeken aan de verschillende soorten voortgezet onderwijs. Deze scholen houden open dagen waarover u wordt geïnformeerd en die u samen met uw kind kunt bezoeken.
De aanmelding gebeurt door de ouders zelf maar wordt wel centraal op school verzameld.
Vanuit het voortgezet onderwijs worden wij op de hoogte gehouden hoe de kinderen zich ontwikkelen en we zien deze kinderen regelmatig op school terug met hun rapport.