Jenaplanonderwijs

Basisschool de Kleine Prins is een katholieke Jenaplan-basisschool in de wijk Kernhem. Op onze school gaan de kinderen, net als de Kleine Prins uit het sprookje van Antoine de Saint-Exupéry, op ontdekkingstocht. Tijdens dit avontuur krijgen de kinderen wijze lessen te verwerken. Stamgroepleiders (leerkrachten) en ouders werken samen om de kinderen hierbij te begeleiden.

De uitgangspunten voor het Jenaplanonderwijs zijn al in 1927 opgesteld door Peter Petersen. Hij schreef over de 'mensenschool', een school waarin je leert samenleven. We leren de kinderen goed voor zichzelf te zorgen, maar ook voor de ander en het andere. Bij ons op school leren kinderen door middel van de vier jenaplanpijlers: gesprek, spel werk en viering met elkaar te leren en te leven. 

Het concept van jenaplan onderwijs

In het jenaplanonderwijs staat het kind centraal. Ieder kind is uniek in zijn ontwikkeling, talenten en leerstijl. In het jenaplanonderwijs krijgen kinderen de ruimte zich zo breed mogelijk te ontwikkelen. Kinderen mogen verschillend zijn. Het doel is dat de kinderen van de verschillen en van elkaar leren en dat ze verschillen leren respecteren. Het jenaplanonderwijs is gericht op de opvoeding van kinderen en omvat daarom veel meer dan het aanleren van de standaard schoolse kennis en vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Kinderen leren in een jenaplanschool veel door deel te nemen aan de zogenaamde basisactiviteiten, spreken/communiceren, spelen, werken en vieren. De leerstof van een jenaplanschool komt uit de leefwereld van de kinderen en uit het cultuurgoed van de maatschappij.
(van: https://www.onderwijsconsument.nl/wat-jenaplan-voor-onderwijsconcept/)

Bij ons op school

Er heerst een sfeer van gemoedelijkheid, gezelligheid; een warme en huiselijke sfeer. In het jenaplanonderwijs willen we namelijk een lokaal creeren waar de groep zich fijn voelt. Waar samen gespeeld en geleerd kan worden. We streven naar een hoge mate van welbevinden, wat de kinderen zal helpen om ook tot leren en ontwikkelen te komen. Bij ons op school zie je in elke groep een vaste kring. Hier starten en eindigen we de dag, maar ook zitten we voor de instructies in de kring of tijdens pauzemomenten, kringgesprekken, evaluatiegesprekken etc. De kring is dus één van de belangrijkste plekken in het lokaal. Verder zijn er vanaf de stamgroep 3/4 tafelgroepjes te vinden, deze wisselen regelmatig zodat iedereen met iedereen leert samenwerken. In een tafelgroepje kan je alleen of samen werken. Kinderen hebben een vaste plek maar mogen tijdens het blokuur zelf kiezen waar ze gaan werken. Dit kan aan hun eigen tafel zijn, maar ook op de gangen of ergens anders in het lokaal. In het Jenaplan geven we kinderen de kans om telkens op de voor hen meest passende manier te werken: kinderen moet je de kans geven om te kunnen overleggen, om samen te werken, om elkaar te helpen. Daarnaast liggen alle materialen zo, dat kinderen het zelf kunnen pakken en gebruiken. 

Door kinderen te betrekken in het creëren van het lokaal zorgen we ervoor dat het echt een ruimte van henzelf wordt. De kinderen worden meegenomen in het samen beslissen en ze leren ook verantwoordelijkheid te nemen voor die keuzes. Je oefent het ‘samenleven’ doordat je onvermijdelijk ook de wensen en behoeften van andere kinderen ontmoet. Zo leer je rekening te houden met elkaar – in het klein in de stamgroep, maar ook groter in de hele school en straks in de samenleving.

We voeren vanaf groep 1 de ontwikkelgesprekken mét de kinderen. We noemen deze gesprekken ( zo'n 3 x per jaar) driehoeksgesprekken. We spreken niet over maar mét het kind. 

Elke week starten we de week met de hele school in onze vieringsruimte"het sterrentheater". We zingen het schoollied, zingen voor de jarigen en staan stil bij onderwerpen die langs komen. De week sluiten we ook samen af: elke vrijdag is er rond 14 uur een viering. Meestal treden de helft van de stamgroepen dan op. Zij laten zien aan de rest van de school en ouders wat zij hebben geleerd, waar ze mee bezig zijn etc.  

 

Geen klas, maar een stamgroep

Wij spreken van ‘stamgroepen’ , bij ons zijn deze tweejarig. Dat wil zeggen dat groep 0/1/2 bij elkaar zit, 3/4, 5/6 en 7/8. 

Daar heeft het Jenaplan een visie bij: als je twee of drie jaar lang in dezelfde stamgroep zit, schuif je op van jongste, naar middelste, naar oudste. Je leeft, speelt en werkt in je stamgroep dus met kinderen die jonger en ouder zijn. Zo krijg je zelf gaandeweg ook steeds een andere rol: als jongste mag je meekijken met de oudere kinderen en leer je veel van hen, en als oudste oefen je zelf anderen te helpen en neem je meer verantwoordelijkheid en leiderschap op je. Een kind dat leerstof snel oppakt, kan alvast meeluisteren naar een instructie aan oudere kinderen; een kind dat nog wat moeite heeft met rekenen, krijgt daar in de stamgroep meer tijd voor, Maar misschien is datzelfde kind tegelijk een sterke lezer of goed in gym – dan leert het op die vlakken weer door het voortouw te nemen en een hulp te zijn voor anderen.

Geen losse vakken, maar betekenisvolle verbanden

In de interacties in de stamgroep krijgen de kinderen alle ruimte om te oefenen om ‘samen te leven’. Daar draagt de leerstof ook aan bij. We helpen de kinderen tijdens het blokuur -met daarbinnen de instructies- om zich de kneepjes van lezen, schrijven en rekenen eigen te maken. Daarnaast werken we veel vakoverstijgend in thema’s of projecten, die een week of zes lopen: bij een project over veilig verkeer, waar je samen oplossingen zoekt voor de drukke verkeerssituatie pal voor de school, wil je natuurlijk uiteindelijk wel een nette, foutloze brief aan de burgemeester schrijven om te vragen of jullie groep eens mag komen praten op het gemeentehuis.

Wij willen ons taal-leesonderwijs nog meer integreren met de wereldoriënterende vakken. Dit gaan we de komende jaren verder ontwikkelen. In de stamgroepen 1 t/m 4 werken we bijvoorbeeld veel met de projecten vanuit 'kleuteruniversiteit en junioruniversiteit'. In de bovenbouw gebruiken we de thema's van Staal (taalmetmhode) voor taal en wereldoriëntatie.